SALAMITACTIEK

Het eerste nummer van re(d)aktie walmt van de romantiek. Dat is terecht. Het thema is immers romantisch: de Amstelstraat in Amsterdam, een rommelige passage tussen Thorbeckeplein en Waterlooplein.

De Amstelstraat was tot de Tweede Wereldoorlog de schakel tussen de joodse buurten aan de oostelijke zijde van de Amstel en de christelijke wijken aan de westelijke zijde.
Kotom, de Amstelstraat was de transmissieriem van de, zoals we het nu zouden formuleren, 'multiculturele' gemeenschap die Amstelstraat indertijd al was. En dat was toen geen 'drama'.
Net als aan de overkant van de Amstel is de straat na de oorlog aan zijn lot overgelaten. Het resultaat is beschamend.

En ik kan het weten, omdat ik in 1956 bijna op de hoek ben geboren en getogen.
In de jaren zestig bijvoorbeeld - ik was nog een kind - ontbeerde de Florabioscoop al elke aantrekkingskracht. Als je daar naar een film ging kijken, waande jeje in een andere wereld: een wereld van opgeschoten jongens die boeren lieten, door de film heen brulden, continu heen en weer liepen en ander gedrag vertoonden dat op gespannen voet stond met mijn verlangen om gewoon een film te zien.
In de jaren zeventig/tachtig - ik studeerde respectievelijk werkte - kreeg ik er lol in. In de door drugshandelaren gedomineerde dancing Kompas heb ik ooit nog een vergeefse poging gedaan het mooiste en leukste meisje van mijn middelbare school als man (en dus niet als prater) te bekoren. In Club 13 heb ik in die tijd meer dan eens de ochtend afgewacht, met alle gevolgen voor mijn arbeidsproductiviteit van dien.
Maar dat was in de tijd dat shoarma nog een exotische hapje was. Nu in de jaren nul mijd ik de Amstelstraat als de pest, precies zoals veertig jaar geleden toen ik nog een kind was.

Kotom, elk plan dat een halt kan toeroepen aan de verdere gelijkschakeling van de Amstelstraat aan de Groningse horecatycoon Kooistra of mindere maar criminelere goden moet op voorhand worden toegejuigt.

Eén probleem mag en kan daarbij niet over het hoofd worden gezien: namelijk dat zo'n plan zinloos wordt als het buiten de historische context van de Amstelstraat zelf dan wel buiten de politiek-bestuurlijke context van Amsterdam treedt. Ik heb daarom twee kanttekeningen bij re(d)aktie.
Ten eerste. Zoals re(d)aktie zelf vaststelt, is de Amstelstraat al van oudsher een bende waar alle geledingen van de samenleving een plaatsje proberen te veroveren. Volgens de re(d)aktie was dat vroeger leuk en gezellig en is het nu plat en gevaarlijk. Dat nu is in mijn ogen een té romantische en dus a-historische kijk op de Amstelstraat.
Ten tweede. Het grootschalige karakter van de reddingsoperatie die re(d)aktie in petto heeft, spreekt me aan. Maar een paar honderd meter oostelijk zetelt een college van B&W dat juist als de dood is voor grote plannen. Het stadsbestuur heeft het druk met IJburg. Daarom zou ik het volgende willen opperen. Aan de staart van de Amstelstraat komt binnenkort een gruwelijk gebouw vrij dat, ondanks zijn lelijkheid, niet zal worden afgebroken: het voormalige hoofdkantoor van de Amro-bank, waarover de gemeente intussen het erfpacht heeft verworven. Een goede bestemming is dringend gewenst. Komt die er niet, dan is niet alleen de eerste slag maar misschien wel de hele oorlog verloren. De bestemming voor dit gebouw is het begin van een goed plan voor de hele buurt. Toegegeven, dit is een salamitactiek en dus niet principieel. Maar indachtig Jan Schaefer luidt het antwoord op dergelijke kritiek: 'politiek, jongen, politiek is voldongen feiten scheppen'.

Hubert Smeets


terug naar de reacties >